God en evolutie: water en vuur?

De onverenigbaarheid van de evolutietheorieŽn met het theÔsme, en mogelijke oplossingen

 

door  A.C.I. Langevel

 

 

Navigatietips:

 

 


© A.C.I.Langevel, Utrecht, januari 2000

 

 

Reeds Darwin kreeg de kerkelijke banvloek officieus over hem uitgesproken. Ondanks vele pogingen een synthese te maken tussen de evolutie-theoriŽn op macroniveau en het christelijk geloof, blijft de evolutietheorie voor vele christenen onacceptabel. Terecht wellicht, maar niet om die redenen die veelal worden aangenomen. Een kort opstel.

Sinds het ontstaan van de evolutietheorie op macro-niveau, de binnenwereldlijke verklaring van het onstaan der soorten, heeft de evolutietheorie de gemoederen binnen de Kerk niet losgelaten. Sommigen tonen zich felle tegenstanders, anderen pogen tot een synthese te komen tussen de evolutietheorieŽnen het christelijk wereldbeeld, anderen blijven er verlegen mee.
Hoewel een discussie over evolutie meestal gevoerd wordt op grond van de al dan niet historische lezing van het eerste hoofdstuk van het bijbelboek Genesis, poogt dit opstel enig inzicht te geven in de systematische vraag waarom evolutie en theÔsme ten diepste onverenigbaar zijn. (TheÔsme is de filosofische stelling dat er een Opperwezen is, die Zich actief betrekt op mens en schepping)

De filosofie achter evolutie

Het probleem met evolutie vanuit een TheÔstische blik op de zaak, is dat het, zeker in de atheÔstische versie, een heelal veronderstelt, dat noodzakelijk is, zoals het is (d.w.z. dat het moest gebeuren). Dat is een denkraam dat teruggrijpt op het oude Griekse heidendom. Indien er geen God is, is de geordende werkelijkheid toevallig zo ontstaan. Dat moest echter wel gebeuren, want vroeger of later moest er uit alle toevallige mogelijkheden, deze mogelijkheid uitvallen. Daar zitten we nu in, en over miljarden maal miljarden jaren, zitten we er weer. Feitelijk komt het dicht in de buurt van de meer atheÔstische vormen van pantheÔsme.

Sommigen zullen hier tegenwerpen dat toeval het tegenovergestelde van noodzakelijkheid is. Als iets 'toevallig' zo gebeurd, had het tenslotte ook niet kunnen gebeuren. En als iets niet had hoeven gebeuren, is het niet noodzakelijk, maar het tegenovergestelde daarvan; contingent

Probleem hierbij is echter dat indien men uitgaat van de kans dat de werkelijkheid er via een evolutieproces toevallig er zo uit komt te zien als het het nu doet, vervolgens blijkt dat die kans zo nihil is, dat ze te verwaarlozen valt als verklaring voor deze werkelijkheid. Dit is echter voor de atheÔst geen probleem, wanneer hij een oneindige tijdspanne veronderstelt, waarin het heelal de tijd krijgt precies die chemische combinaties aan te gaan, die maken dat het er zo uit komt te zien, zoals het nu doet.

Je zou het kunnen vergelijken met een bepaalde combinatie die men moet behalen op een fruitmachine, om de 'jackpot' te verkrijgen. De kans dat men die behaalt is zo klein, dat een zinnig mens geen poging waagt. Wanneer men het echter oneindig blijft proberen, zal men de 'jackpot' vroeg of laat behalen. Toeval blijkt dus onderworpen aan de wetten van de noodzakelijkheid: Wanneer je 100 dobbelstenen oneindig maal werpt, moet er wel eens een worp voorbij komen waarbij alle honderd dobbelstenen tegelijkertijd op 'zes' vallen.

Synthese zonder doordenking

De TheÔstische variant op evolutie gaat aan dergelijke overwegingen ten aanzien van macro-evolutie glad voorbij, en zet God als sturend element aan het hoofd van het evolutieproces. Dat is bijna zoiets als God aan het hoofd van het reÔncarnatieproces zetten. Eigenlijk is het een vermenging tussen twee compleet tegenovergestelde biologisch- natuurkundige denkramen. 

Wat men doet is dit: men neemt de vorm van het deterministische denkraam, en men vult het vervolgens inhoudelijk contingent (d.w.z. niet-noodzakelijk; de werkelijkheid had ook anders kunnen zijn) in door er een besluitenreeks van God aan toe te voegen. Dit komt mijns inziens bij niet-christenen echter niet geloofwaardiger over dan het  Adam-en-Eva-verhaal. Hooguit brengt het sommige christelijke intellectuelen de geruststellende gedachte, dat ze niet  natuurwetenschappelijk achterlijk hoeven te zijn, om vol te houden, in een Schepper te geloven. Voor het overige, hebben de niet-christelijke aanhangers van de evolutietheorie, God, om met Laplace te spreken, als hypothese niet nodig. 

Theistische evolutie voorkomt dus wel, dat mensen een tegenstelling zien in het huidige natuurwetenschappelijk dominerende paradigma en het geloof in een Schepper, maar voorkomt niet, dat die Schepper nog altijd overbodig blijft binnen dat paradigma.

Gedachten over Schepping binnen de Bijbel

Tenslotte zou ik toe willen voegen dat de gedachten ten aanzien van de Schepping,  zoals die worden gevonden in de bijbelse canon, met name in het Oude Testament, geen enkele aanleiding geven om aan te sluiten bij de evolutietheoriŽn. Binnen de heilige Geschriften vinden we God in hevige weerstand tot de krachten van de chaos. Het is volgens het Oude Testament niet de primordiale, chaotische oersoep waardoor orde ontstaat. Dat was de leidende gedachte bij de heidenen. Orde ontstaat volgens IsraŽls getuigenis pas nadat de chaos uitgedreven, en God door middel van diens Geest, en de uitgesproken gedachte, orde schept waarbinnen de mens veilig kan bestaan. 

Een dergelijk theologisch excurs is geen pleidooi voor creationistische natuurwetenschap; creationisme is vanuit de theologie natuurwetenschap bedrijven, hetgeen me een kwalijke zaak lijkt.

Het punt hier is echter dat theologen niet perse de Christelijke geloofsleer ten aanzien van de Scheppingsdaden van God aan moeten willen laten sluiten bij heersende filosofische en natuurwetenschappelijke paradigma's, maar zich allereerst moeten afvragen, of de verschillende denkramen tussen bijbelse en leerstellige theologie en natuurwetenschap wel met elkaar verenigbaar zijn. Pas wanneer compatibiliteit is vastgesteld, dient er moeite gedaan te worden, de theologische verwoording van aspecten van het Christendom  af te stemmen op de hedendaags gangbare wetenschappelijke kaders. Alleen daarom al ben ik blij met Intelligent Design.

Intelligent Design

Intelligent Design de naam voor een concept ten aanzien van het ontstaan van dit heelal, met als uitgangspunt dat dit heelal zo ordelijk in elkaar steekt, dat een vorm van intellect wel verantwoordelijk moet zijn voor het ontwerp en de uitvoering ervan. Intelligent Design heeft een groeiende aanhang, bestaande uit allerlei theÔsten, agnostici en atheÔsten. Dat laatste zal menigeen als een verassing slaan. Intelligent Design is echter niet een poging vanuit de bijbel een natuurwetenschappelijke theorie te destilleren. Het beperkt zich ook niet tot het TheÔstische levensbeschouwelijke kader; Onder aanhangers van Intelligent Design bevinden zich er ook, die menen dat buitenaardse wezens verantwoordelijk zijn voor het leven op aarde.

Intelligent Design begint feitelijk bij een vaststelling in onze doodnormale werkelijkheid: De dingen gebeuren niet noodzakelijk; ze hadden ook anders kunnen zijn.  Vanuit dat gegeven wordt gekeken naar de werkelijkheid als geheel, die als een veilige, geordende, op leven toegemeten ruimte op ons af komt. Vanuit het besef, dat die werkelijkheid er ook niet had kunnen zijn, zegt men: hier moet een intellect achter zitten. 

Dat is een filosofisch kader, dat geheel in lijn is met het bijbelse denken. De werkelijkheid had ook nog woest, leeg en chaotisch kunnen zijn. We mogen de Schepper dus wel heel hartelijk danken dat Hij de mogelijkheden creŽert voor ons, om te bestaan. Dat had Hij ook kunnen nalaten. Evolutie echter, dendert ook zonder God wel toevallig een keer zo voort.


 

Aantal bezoekers sinds 17 jan. 2000:

 


UNIVERSI FINIS VERITAS!

 

Site Design: Copyright © 1998-2000 Stichting Europese Apologetiek
Pagina gemaakt op: 17 jan. 2000
Pagina bijgewerkt op: 2 feb. 2000