God is er niet - en jij ook niet.

 

door Hans Admiraal

 

Samenvatting: een christen geeft enkele redenen voor zijn christelijk geloof

Moeilijkheidsgraad:

 

 

Navigatietips:

 


© Hans Admiraal, Uithoorn, 1991

 

Je gelooft het of je gelooft het niet. God bewijzen is onmogelijk en het christelijk geloof is dus niet meer dan een vermoeden, een gok. De Bijbel kan op veel manieren geÔnterpreteerd worden en als bekend is wat de bijbelschrijvers bedoelen, dan is het nog de vraag of ze gelijk hadden of niet. Bovendien roept het evangelie meer vragen op (bijv. over het lijden) dan ze beantwoordt. H.S. Versnel aanvaardt eerlijk de consequentie: Er is geen God (Trouw, 28-12-1990).

Het bovenstaande illustreert een moderne, wetenschappelijke kijk op geloof en Bijbel. De wereld van de meetbare grootheden en exact gedefinieerde termen blijkt geen raad te weten met "goddelijke liefde" en "goed en kwaad". Dat de wetenschap slechts betrekking heeft op een deel van de werkelijkheid, is inmiddels een gangbare opvatting binnen de wetenschapsfilosofie, maar het is nog erg onduidelijk hoe er kennis van dat andere deel (bijv. van God) verworven kan worden.

Toch beweren veel mensen, ook ik, dat het christelijk geloof erg betrouwbaar is en ik denk dat er goede redenen zijn om dat te zeggen. Ik zou hier graag willen samenvatten waarom ik zo overtuigd ben van mijn geloof. Wat ik precies geloof zal hier slechts zijdelings aan de orde komen - het gaat nu om het waarom. Allereerst zal ik uitleggen waarom ik niet zoek naar een dwingend bewijs van Gods bestaan.

Saddam Hoessein bestaat, daar ben ik van overtuigd. Niet omdat zijn bestaan is bewezen, maar omdat ik vertrouw op de berichten in de media. Ik ben er dus niet absoluut zeker van. Zelfs wanneer ik persoonlijk met hem heb gepraat of een wiskundig bewijs van zijn bestaan in handen heb, kan ik, als ik dat wil, het persoonlijke contact als een droom beschouwen of beweren, dat er misschien een fout in het wiskundige bewijs is geslopen. Het is dus in principe onmogelijk om zeker te zijn van het bestaan van iets of iemand: het gaat er om HOE zeker ik ben.

Bij de artikelen in de krant, bij de roddels op straat, kortom bij elke bron van kennis, probeer ik, bewust of onbewust, in te schatten hoe betrouwbaar de informatie is, die ik krijg. Als iemand me iets meedeelt, dan vraag ik me af, of ik die persoon kan vertrouwen en of de informatie niet in strijd is met de betrouwbare gegevens die ik al heb. Welnu, door de geschiedenis heen wordt het goede nieuws met overtuiging verkondigd door vele mensen en op allerlei manieren: een God van liefde heeft zich kenbaar gemaakt aan de mensen en heeft zijn kracht getoond. Als ik probeer zo objectief mogelijk te zijn, dan moet ik minimaal de hoofdlijnen van dit evangelie het predikaat "redelijk betrouwbaar" geven. Dat is het minste. De wolk van getuigen is groot genoeg, ook zijn ze het niet helemaal met elkaar eens. De talloze ervaringen zijn overweldigend.

In de tweede plaats is mijn geloof gebaseerd op de praktische wijsheid die erin zit. Ik heb leren inzien, dat de liefde tot God en mijn naaste deze wereld verder kan helpen. Het gaat immers niet alleen om woorden, maar vooral ook om daden. In het voetspoor van Jezus kan ik de theorie in praktijk brengen (tot op zekere hoogte) - en het blijkt nog te werken ook. Elke wetenschapper weet hoe belangrijk dat is.

Maar de moderne wetenschap neemt afscheid van mij, als ik begin te spreken over mijn persoonlijke ervaringen; de derde religieuze pijler. Dat is terecht, want die ervaringen zijn niet objectief, niet aanvechtbaar en soms niet eens onder woorden te brengen. Dit betekent echter niet, dat alle kennis, die berust op subjectieve ervaring, onbetrouwbaar is. Een dove hoeft niet te weten hoe muziek klinkt en wat de definitie van muziek precies is, om er toch door anderen van overtuigd te worden dat het bestaat. Wat het geloof in God betreft: er is een grote verscheidenheid aan religieuze ervaringen en christenen hebben niet het monopolie in handen. De waarde ervan is beperkt. Niettemin hebben ze mijn laatste twijfels weggenomen, omdat ze het contact vormen tussen God en mij, in wat genoemd wordt: de Heilige Geest. Ik kan geen grotere zekerheid krijgen over iemands bestaan, dan door een persoonlijk contact - en het contact met God is soms zeer direkt. Als iemand dus beweert: "God is er niet", dan zeg ik: "Jij ook niet". Het contact kan ik niet beschrijven. Ik kan hooguit spreken over de omstandigheden: op een bergtop, in een droom, bij een frappante gebedsverhoring. Dit zeg ik niet om de atheÔst de mond te snoeren, maar omdat het stukje mystiek voor mij te reŽel is om te verzwijgen. Mijn huisarts verbiedt mij immers ook niet te spreken over klachten die hij niet kan behandelen? 

Er blijven vragen over. Auschwitz, honger, kanker. Een theoloog geeft soms stamelend antwoord: de mens heeft een vrije wil, of: de satan is er ook nog, of: in de Bijbel is het voorspeld. Soms denk ik dat ik er heel wat van begrijp, hoewel er altijd vragen overblijven, net als in de wetenschap. In ieder geval vormt de tegenstelling "God is machtig en liefdevol, maar er sterft een kind" absoluut geen logische contradictie. Bovendien hoor ik behalve argumenten tegen het bestaan van God, ook regelmatig hele heldere, objectieve argumenten die zijn bestaan juist aannemelijk maken. Het zet me allemaal wel aan het denken, maar het geloof is voor mij gelukkig geen gok meer. 

Hans Admiraal

 

© Hans Admiraal, Uithoorn, 1991


 

Aantal bezoekers sinds 14 feb. 2000:

 


UNIVERSI FINIS VERITAS!

 

Site Design: Copyright © 1998-2000 Stichting Europese Apologetiek
Pagina gemaakt op: 14 feb. 2000
Pagina bijgewerkt op: