Niet door ervaring alleen

door

  Jacques van der Meer

                                               

 

Moeilijkheid:

Navigatietips:


Jaques van der Meer, 2002

Inleiding

Augustinus en de doctrina christiana

De Bijbel

Conclusie


Inleiding

Tal van christenen merken regelmatig op dat het niet nodig is om veel kennis op te doen om een goed christen te zijn. En daarmee lijken ze op zichzelf genomen gelijk te hebben. Iemand kan ongestudeerd en zelf ongeletterd zijn, en toch een christelijker leven leiden dan de grootste christelijke geleerde. De hemel doet niet aan IQ-testen en ook de eis van een specifieke vooropleiding wordt nergens met zoveel woorden vermeld. Zelfs met de Bijbel in de hand kan dit punt onderbouwd worden. De Prediker waarschuwde immers al tegen het teveel lezen van boeken en het vermeerderen van kennis, en zelfs Paulus de Apostel waarschuwde voor allerlei figuren die door wijsbegeerte of wat dan ook de mensen op een dwaalspoor brachten. Tot zover geen probleem. 

Als de meeste van deze christenen zich bij bovenstaande eenvoudige constatering zouden houden, dan was er op zich niets mis mee. Het probleem is echter dat ze vaak meer zeggen dan ze lijken te bedoelen. Ze komen dan met een quasi-argument aanzetten, door uit de erkenning dat het blijkbaar niet voldoende is om een goed ontwikkeld verstand te hebben om aan de hemelse dis te mogen plaatsnemen, de conclusie te trekken dat het ook helemaal niet nodig is en zelfs onzinnig is om je verstand te gebruiken. Christenen hoeven helemaal niets te bestuderen, geen enkele kennis op te doen, maar zich volledig te richten op bijzondere ervaringen die in het geloof geschonken worden. De Heer zal het allemaal duidelijk maken.

Dat is de grootste fout die critici van het verstand maken: het feit dat het op zich niet voldoende is goed je verstand te gebruiken om een voorbeeldig christen te zijn, betekent nog niet dat het onzin is om je verstand te gebruiken als christen. En daarnaast: het feit dat er een gevaar kleeft aan het doordenken van geloofszaken, wil nog niet zeggen dat het doordenken van geloofszaken op zichzelf verkeerd is. Het slikken van medicijnen kan een uitermate genezende uitwerking hebben, maar een verkeerd gebruik schaadt de gezondheid des te erger. De meeste dingen zijn niet goed of verkeerd op zichzelf, ze worden het pas in het gebruik. Het verstand van de mens is een bijzonder iets, het kan ten dienste staan van een doordenking van zijn geloof, maar ook een instrument om het geloof van andere mensen omver te werpen.

Augustinus en de doctrina christiana

Wie denkt dat de bovenstaande kwestie die we voor het gemak de these van "het geloof door ervaring alleen", met de uitsluiting van het verstand als kenmerk van het ware,  een recent verschijnsel is, opgekomen door allerlei evangelische bewegingen (en daarmee wil ik niet zeggen alle evangelische bewegingen), die heeft het mis. De kerkvader Augustinus  (354-430) werd in zijn tijd al geconfronteerd met hetzelfde probleem. Toen hij zijn boek de Doctrina christiana schreef, waren er al critici die vonden dat Augustinus zijn tijd aan het verdoen was.

Wat was er aan de hand? Augustinus schreef een boek waarin hij regels aangaf om de Bijbel uit te leggen. De Bijbel is een boek vol met teksten die op meerdere manieren uitgelegd kunnen worden. Hoe weten we nu wat de juiste uitleg is? Augustinus bood de principes aan om de Bijbel correct uit te leggen. We konden dan zelf leren hoe we moeilijke passages moesten beoordelen en vervolgens gaf het ons een middel om met anderen daarover te communiceren. Uiteraard waren er critici, net als vandaag de dag. De belangrijkste critici waren degenen die vonden dat zo'n boek volstrekte onzin was. Het verstand had helemaal geen regels nodig bij het uitleggen van de Bijbel. De correcte betekenis van de tekst zou meteen door de Heilige Geest worden uitgelegd aan de gelovige.

Wat was het antwoord van Augustinus? Zijn antwoord is verbazingwekkend actueel. Hoewel deze mensen volgens Augustinus hoog opgeven van zichzelf dat ze een bijzondere gave hebben ontvangen, moeten ze zich op zijn minst bewust zijn dat ze hebben leren lezen van andere mensen. En ook al zijn er bijzondere gevallen te noemen, het is bij lange niet de regel waar christenen van uit moeten gaan. Daarom moeten deze mensen niet anderen wijs maken dat zij geen goede christenen zijn, als ze niet over een bijzondere gave beschikken om de Bijbel te begrijpen. God werkt immers via mensen. De Romeinse overste Cornelius kreeg bezoek van een engel die hem vertelde dat zijn gebeden verhoord waren, maar toch moest hij naar Petrus, niet alleen om gedoopt te worden, maar ook om te horen wat hij moest geloven, hopen en liefhebben. En ook de kamerling die niet begreep wat hij las, kreeg Filippus op bezoek om hem uit te leggen wat er in de brief van Jesaja stond. God gebruikt mensen om zijn Woord te onderwijzen en Hij zegt nergens dat we op een bijzondere gave moeten wachten om de Bijbel te kunnen begrijpen.

Daarnaast is het volgens Augustinus verbazingwekkend dat dezelfde mensen die zo hoog opgeven van hun gave, vaak tegenstrijdig bezig zijn. Ze zijn van mening dat zonder tussenkomst van mensen en hun kennis, de duistere passages uit de Bijbel rechtstreeks door God onderwezen zijn. Maar zo vraagt hij zich af, waarom hebben deze mensen dan de onweerstaanbare neiging om anderen te gaan onderwijzen over wat er in de Bijbel staat? Waarom verwijst zo iemand ze dan niet meteen naar God, zodat zijzelf direct door God in hun innerlijk onderwezen worden? Zodoende zegt Augustinus, is het onzin te mensen dat we geen leraren nodig hebben, die ons leren om ons verstand te gebruiken bij het begrijpen van de Bijbel. Het is onzin te menen dat een goed gebruik van ons verstand om de Bijbel te begrijpen niet nodig is, omdat het inzicht ons direct zonder tussenkomt van mensen geopenbaard zal worden.

De Bijbel

Dat het verstand een belangrijke rol speelt, wordt op verschillende plaatsen in de Bijbel duidelijk gemaakt. De apostel Petrus spreekt in 1 Petrus 3 vers 15 duidelijke woorden als hij zegt: "wees altijd bereid tot het geven van een reden van de hoop die in u is". De apostel gebruikt hier het woord "apologia", wat verantwoording betekent en in de geschiedenis onder apologetiek is verschenen. Apologetiek is het geven van redenen voor je geloof, en daarbij speelt het verstand een belangrijke rol.

 Het geven van redenen vinden we ook in het boek Job in het 32e hoofdstuk, bij de rede van Elihu. De Willibrord-vertaling spreekt in vers 18 over het feit dat hij vol argumenten zit. Zijn argumenten zijn als gistende wijn in zijn binnenste, die de zakken doen barsten. Elihu spreekt namens God, die Job antwoordt in een vlijmscherp betoog, waarop Job geen antwoord heeft. De apostel Paulus heeft in het eerste hoofdstuk van zijn Romeinenbrief gesproken over de heidenen, die hoewel ze God niet kenden, Hem toch verheerlijkten omdat ze met hun verstand zijn aanwezigheid konden zien.  
En als laatste heeft Christus gezegd in Mattheus 22  vers 37, dat we God moeten liefhebben met heel ons verstand. Het christelijk geloof is niet alleen een ervaringstoestand in emotionele zin, een blij gevoel van binnen. Het betekent ook het gebruik van het verstand.

Conclusie

Waar gaat nu uiteindelijk om? Eenvoudig dit: christenen die van mening zijn dat God ons direct zal vertellen wat we moeten doen, zitten er meestal naast. Niet dat ze altijd ongelijk zouden hebben. Ze hebben wel ongelijk als ze van mening zijn dat we er altijd van uit moeten gaan dat God ons direct vertelt wat de betekenis van een Bijbelpassage is. God werkt via mensen en gebruikt hun verstandelijke (of redelijke) vermogens om ze te onderwijzen. Het argument van allerlei charismatischen dat we moeten streven naar bijzondere gaven als keurmerk van een goed christelijk leven, en daarbij stelselmatig het verstand negeren, gaat in tegen wat de Bijbel leert. Het christelijk leven is niet door ervaring alleen. Het eist ook van ons een goed ontwikkeld verstand.

Jaques van der Meer, 2002


 

Aantal bezoekers sinds 6 april 2002:

 


UNIVERSI FINIS VERITAS!

 

Pagina Layout: Copyright 1998-1999 Stichting Europese Apologetiek
Pagina gemaakt op: 6 april 2002
Pagina bijgewerkt op